Stichting leerKRACHT is een goededoelenstichting met de missie om meer werkplezier voor de leraar, meer leerplezier voor de leerling en nóg beter onderwijs te creëren. We werken op basis van vier kernvoorwaarden: voor de leerling, vertrouwen in de leraar, elke dag samen een beetje beter en duurzame verandering.

leerKRACHT-academie

Methodiek

De gehele methodiek is online beschikbaar gesteld in de vorm van modules met filmpjes en werkmaterialen.

Ervaringen

Hiervoor hebben we het beste denken en jarenlange ervaringen van 750 scholen gebruikt.

Eigen tempo

Je kunt in eigen tempo en naar eigen behoefte de stof tot je nemen en inzetten op jóuw school.

Wat zeggen onze scholen?

De opzet van de academie is helder: het biedt structuur en overzicht in het werken met leerKRACHT.
Evelien Janssens
Expertcoach
De academie is eigentijds en helpend: de inhoud wordt duidelijk uitgelegd in heldere filmpjes.
Ingrid van Koningsbruggen
Schoolleider

 Vraag na de bord- of werksessie feedback aan iemand van het team en vraag hem of haar daarbij het feedbackmodel te gebruiken. Bedank daarna voor de feedback.

– Geef zelf feedback (na een werksessie bijvoorbeeld) waarbij je ervoor zorgt dat je eerst feitelijk teruggeeft wat je zag of hoorde en vervolgens welk effect je zag bij anderen of zelf voelde. Zo ben je rolmodel.
– Bied aan om in het begin aan te sluiten bij feedbackgesprekken, als observant die het proces bewaakt.

 

In de startfase ben je vooral met je leerKRACHT-team bezig. Toch is het ook in deze fase erg belangrijk om dit niet te geïsoleerd te doen en het hele lerarenteam al te betrekken. Dit kan bijvoorbeeld door het ophangen van een flap met bepaalde vragen waarop teamleden input kunnen geven met post-its.
Bedenk dat hoe jij erin staat, ook een effect heeft op het team. Sta je er zelf helemaal achter? Welke ervaringen heb je? Zie je belemmeringen of alleen kansen? Deze vragen ga je ook met het team bespreken en daarom is het goed om eerst je eigen motivatie te onderzoeken. 

Er is niet één beste manier. Het hangt van het onderwerp af wie je uitnodigt voor de leerlingarena. Natuurlijk hou je rekening met leeftijd. Kleuters zullen het lastig vinden om iets te zeggen als ze samen met kinderen uit groep 8 zitten. Maar alleen kleuters werkt wel prima. Een kwestie van uitproberen.

Zorg dat een van de schoolcoaches (of de schoolleider) heel kort toelicht wat het doel is van het inspiratieverhaal. Geef de teamleden alvast twee post-its, één voor wat hen inspireert en één voor een eventuele aanvulling. Na afloop van het verhaal is het fijn als het even stil blijft omdat iedereen dan schrijft. Vraag de schoolleider hoe dit voor hem of haar was om te doen. Laat daarna de post-its op 2 flappen plakken en ga verder met de inhoud op de post-its.

Het is lastig om als team verstoringen in het ritme tegen te gaan. Je kunt daarom ook van tevoren al wat ruimte hiervoor inbouwen. We zien soms scholen die doelbewust een aantal weken in het jaar plannen zonder leerKRACHT-werksessies. Er vindt dan wel een bordsessie plaats, maar de werksessietijd gebruiken zij voor andere zaken zoals leerlingbesprekingen.

Via de leden van het leerKRACHT team (= schoolleider, mede-schoolcoach en expertcoach), via de modules op deze leerKRACHT-academie, via de leerKRACHT-fora waar je workshops krijgt en waar je met schoolcoaches en schoolleiders van andere scholen ervaringen uitwisselt.

Een retrospective zet je in om gezamenlijk terug te kijken op een periode van samenwerken. Als je bijvoorbeeld 4-6 weken samen aan een doel gewerkt hebt, kan je als afsluiting een retrospective doen, om goed te weten wat er goed ging en wat er nog beter kan. Soms wordt een retrospective ingezet als er tussentijds iets niet lekker loopt in het team maar niet meteen duidelijk is waar het hem in zit. Dan zorgt een retrospective voor verheldering.

Spreek van te voren met de leerlingen af hoe jij het gesprek gaat leiden. Geef bijvoorbeeld aan dat jij in de gaten zal houden dat iedereen aan de beurt komt, dat je af en toe beurten geeft maar ook zal vragen ‘wie wil daar iets over zeggen?’ Of ‘Wie heeft daar een andere mening over?’ Het is niet zo dat elke vraag door iedereen beantwoord moet worden, maar wel dat er een goede balans is.

Een eigen onderzoekje naar ‘verspilling’ levert vaak goede inzichten op en ook extra tijd. De ruimte die ontstaat, kun je benutten voor onderwijskundig leiderschap.

Durf ‘fouten’ te maken. En benoem ze in het lerarenteam. Vraag dan direct aan je collega’s hoe je het een volgende keer beter kunt oppakken. Zo’n open houding doet wat met het team. En door hen mede verantwoordelijk te maken voor je aanpak, breng je de leerKRACHT-slogan direct in de praktijk: elke dag samen een beetje beter!

Door een bordsessie te doen en leraren te laten ervaren wat het effect is. Vraag hen na elk onderdeel dat effect te benoemen en vul aan wat je zelf ervaart. Bijvoorbeeld: de check-in zorgt voor verbinding, successen zorgen voor inspiratie, doelen en acties zorgen voor resultaat en de planning geeft zicht op de onderdelen van de periode-ritmiek en de indeling van de komende werksessie.

Alles wat klaar is, is een succes dat ook gevierd wordt. Dit geeft energie. Daarna wordt gekeken wie er welke hulp nodig heeft bij de acties die lopen. Dit geeft vervolgens inzicht in hoeveel ruimte er is voor nieuwe acties. Die acties verdeel je vervolgens op basis van beschikbare tijd, kwaliteiten van mensen en hun voorkeuren.

Bij een leerlingarena horen de leraren direct de input van de leerlingen. En als iets niet duidelijk is, dan kan de facilitator direct doorvragen. Dat is krachtiger dan input lezen via een enquêteformulier. Daarnaast is de opzet zo dat leraren alleen luisteren. Er vindt geen gesprek/discussie plaats zoals bijvoorbeeld bij een leerlingenraad. Het gaat echt om de mening van de leerlingen te horen en alleen maar te luisteren.

Stel jezelf als leerKRACHT-team af en toe eens de vraag ‘vullen we de voorwaarden voor succes goed in?’: 
Hoe helder en gedragen is de ambitie of het schoolplan? 
Is er voldoende tijd in het rooster ingepland voor Bordsessies en Werksessies en verbindingsmomenten tussen teams bijvoorbeeld op studiedagen?
Hoe zorg je dat je regelmatig kritisch kunt terugkijken op hoe het loopt?
Plan retromomenten in in je ritmiek (bijvoorbeeld aan het eind van elke lesperiode).

Het bord geeft je overzicht en helpt je prioriteiten te stellen. Dat zorgt ervoor dat je meer tijd over houdt voor wat er écht toe doet: het nog verder verbeteren van het onderwijs. Bovendien geef je als MT met het bord het goede voorbeeld aan je team: jullie werken ook zo.
Als je tijdens een werksessie 10 minuten reserveert om een vragenlijst in te vullen, weet je zeker dat je een hoge respons hebt. En hoe hoger de respons, hoe bruikbaarder de gegevens zijn om te verbeteren.

Er kunnen blokkades zijn (tijd, kennis, kunde) introduceer dan een kolom ‘blokkade’ waarin iemand een post-it met de hulpvraag kan hangen. Dit kan altijd opgehangen worden dus niet alleen tijdens de bordsessie. Als het steeds dezelfde persoon is die zijn acties niet tijdig heeft afgerond maak dan horizontale rijen per persoon, zodat nog duidelijker wordt wie de acties al dan niet op tijd uitvoeren.

Net als bij een lerarenteam: als de doelen pedagogisch/ didactisch van aard zijn dan gebruik je een verbeterbord en anders het organisatorische bord. Anders gezegd: de doelen op een verbeterbord gaan altijd over nog betere lessen (het maximale uit de leerlingen halen) of nog beter met elkaar omgaan (groepsvorming). Het organisatorisch bord zet je in voor dingen die gedaan moeten worden, bijvoorbeeld projectwerk of andere grote taken.

Er zijn ontzettend veel werkvormen voor retrospectives. Je kan bij het ‘overzicht retrospectives’ kijken maar ook online staan veel voorbeelden. Je kiest een vorm die past bij wat je wilt evalueren, bij hoe diepgaand je wilt evalueren en je houdt rekening met de beschikbare tijd. Je kan met een simpele retrospective beginnen zoals tips en tops en vervolgens variëren met werkvormen. Dit variëren houdt het doen van de retrospective interessant voor het team.

In een ‘verbindingssessie’ aan het einde van een periode kun je delen wat jullie bedacht en uitgeprobeerd hebben en wat dat opleverde. Dat inspireert andere teams. Je kunt nog verder gaan en hen vragen ook zo te gaan werken. Leg dat niet óp maar leg dat vóór. Niet als ‘voor altijd’ maar ‘zouden jullie dit de volgende periode willen uitproberen?’

Je hoeft je echt niet te beperken tot alleen het bord. Er kan zoveel meer. Denk bijvoorbeeld aan het toepassen van het feedback-model in de interactie met ouders, het inzetten van interactieve werkvormen in teambijeenkomsten of een ‘open space’ die je meemaakt op een leerKRACHT-forum op een studiedag op school.

Zorg voor veel interactie. Dat kan op allerlei manieren. Bijvoorbeeld, rouleer in het schrijven, tijd bewaken en het leiden van het bord. Let op dat dit niet steeds dezelfde personen zijn. Vraag of iemand een nieuwe incheck-vraag weet. Laat successen eerst even in tweetallen bespreken en haal dan op met de vraag: wat heb je voor succes gehoord?

Losse individuen tot een team smeden gaat niet vanzelf. En een bord daar wil ook niet iedereen aan. Een helpende start kan zijn dat je start met een ‘retrospective’ op de samenwerking: “Wat gaat er goed in onze samenwerking en waarin kunnen we verbeteren?” Op basis daarvan kun je dan teamafspraken maken rond de vraag: “Wat vinden wij belangrijk om goed te kunnen samenwerken?”
Doe eerste een korte ‘retrospective’ over de huidige manier van overleggen: wat gaat goed en wat kan beter? Haal dat op en bespreek het. Laat ze daarna in drietallen nadenken: wat kan het verbeterbord hen en de leerlingen opleveren.
Het jaarbord bevat alle thema’s waaraan gewerkt zal worden en is gemaakt door de leerkrachten en de leiding. Het jaarbord kan dan ook het jaarplan vervangen wat betreft de onderwijskundige ambities. Er past uiteraard minder op een bord dan in een (groot) document dus dit dwingt jullie om kort en bondig te zijn en om prioriteiten te stellen.

Plan het feedbackgesprek van te voren in zodat het niet tussen de bedrijven door hoeft. Zorg ervoor dat je bij de observatie aantekeningen maakt zodat je je observatie zo feitelijk mogelijk kunt maken. Start je zin altijd met ‘ik zag’ of ‘ik hoorde’…en het effect op de leerlingen was…En ga altijd bij jezelf na: wat is mijn intentie? Wil ik de ander helpen of wil ik mijn punt maken? En voor de ontvanger: Ben ik bereid te luisteren en te ontvangen.

Teamleden krijgen een groter gevoel van verantwoordelijkheid en zijn daardoor gemotiveerd om mee te denken en mee te praten over belangrijke problemen. Daarbij kunnen ze beter gebruik maken van de kennis en expertise van alle teamleden. Daarnaast zijn werknemers vaak meer tevreden over hun baan omdat ze het gevoel hebben dat ze echt iets kunnen bijdragen.

Zorg dat de collega’s voor de startdag al weten in welke teams jullie willen gaan werken, dat geeft rust op de startdag zelf. Op de dag zelf werk je als leerKRACHT-team niet alleen aan een goed resultaat (geïnspireerde teams en thema’s om mee aan de slag te gaan), maar ook aan het proces (houden we genoeg tempo?) en de sfeer (kan iedereen een bijdrage leveren?).
In het begin is het raadzaam om zaken betreffende de professionele discipline voor te leven, dus bijvoorbeeld op tijd beginnen (ook als nog niet iedereen er is) én op tijd te eindigen met bord- en werksessies. Daarnaast zullen collega’s merken hoe serieus jij je rol neemt door je goed voor te bereiden, krachtige vragen te stellen en na afloop feedback te vragen.

Idealiter werk je met niet meer dan 20 of 30 post-its, om het clusteren behapbaar te houden. Dat betekent dat je vooraf uitrekent hoeveel post-its je de mensen kunt geven. Bijvoorbeeld wanneer je met 15 deelnemers bent, kan je iedereen een of twee post-its geven en wanneer je met 10 deelnemers bent krijgt ieder twee of drie post-its. Een andere optie is dat je kleinere groepjes vormt die als groepje samen 2 of 3 post-its invullen. Een groep van 20 zou je bijvoorbeeld kunnen verdelen in 6-7 groepjes van 3 die elk 3 post-its mogen ophangen.

De functie van de datamuur is een overzicht bieden van hoe jullie ervoor staan. Een algemeen overzicht met van alles en nog wat kan lastig zijn om tot je te nemen. Je kunt er daarom op de startdag voor kiezen te focussen op de thema’s waarvan je al weet dat ze komend jaar belangrijk zijn (bijv. uit een inspectierapport of omdat je de thema’s voor dit schooljaar al eerder met het team benoemd hebt).

De suggesties die wij kunnen geven, aan de hand van ervaringen:

  • – gebruik de ‘gaten’ in jouw eigen rooster voor het bezoeken van lessen
  • – vraag schoolleiding om gedeelte van les over te nemen
  • laat toetsen afnemen door onderwijsassistent en gebruik die tijd om lessen te bezoeken
  • – voor basisonderwijs: als jouw groep les krijgt van vakdocent (gym, creatieve vakken) kun jij een gedeelte van die les gebruiken voor lesbezoek
  • – eventueel: maak video-opnames en bekijk deze in plaats van lesbezoek

Bij zowel positieve als negatieve ervaringen, is het goed om na te gaan waar dat mee te maken had. Probeer daarbij de inhoud en de manier waarop los van elkaar te zien. Dat helpt om te bepalen wat voor jou of de ander belangrijk is bij het geven of ontvangen van feedback.

Vaak komen uit het ‘Van–Naar’ gesprek verschillende thema’s die betrekking hebben op hoe jullie als team met elkaar werken. Door goed door te vragen (waarom, waarom, waarom) kom je dan op het niveau van de leerlingen of studenten. Laat dáár de ambitie over gaan. De leerlingen zijn namelijk wat jullie als leraren verbindt. Dat betekent niet dat de thema’s over de samenwerking onbelangrijk zijn. Geef deze daarom een plaats in jullie werkafspraken (bijvoorbeeld: we maken af waar we aan beginnen, we houden ons aan afspraken, …)

Google gewoon eens op ‘continu verbeteren’, ‘Lean’ of ‘agile-scrum’. Dat geeft je vast veel ideeën. Als één van de teamleden een ‘green belt’ opleiding zou doen, leer je zelfs nog veel meer. Maar er zijn ook veel laagdrempelige manieren, zoals ‘meet ups’ of anderszins.

Als niet de juiste doelen zijn geformuleerd (geen betrokkenheid), als de doelen te groot zijn (geen succes-ervaring) als er slechts een klein deel van het team aanwezig is (geen duidelijkheid in voortgang), als het bord niet zichtbaar of goed leesbaar is (bord leeft alleen tijdens de sessie).

Het is prettig als de afspraken en acties uit de groep komen zodat het team zich ermee verbonden voelt. Een manier hiervoor is om samen de top 3 onderwerpen te bepalen en vervolgens het team in subgroepen per onderwerp een voorstel voor een actie of afspraak te laten formuleren. In totaal 2-3 acties of afspraken is ruim voldoende. Dit vergroot de kans dat ze daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden. En laat de deelnemers eraan denken dat het gaat om acties en afspraken waar je als team zelf invloed op hebt en die haalbaar zijn binnen 4-6 weken.

De kans is groot dat je dan niet meer precies weet wat je collega deed of zei en welk effect dat had op leerlingen. De observatie wordt minder feitelijk en daardoor onveiliger voor de ontvanger. Daarbij, als je zonder kijkvraag gaat observeren, dan is het heel lastig om objectief te blijven. Je gaat dan heel snel je mening vormen over wat je van de les vond. En het gaat niet om wat je vindt, maar om wat je gezien hebt dat het effect is op leerlingen.

Bij formatief leren zorg je er als leraar voor  (via feedback en feedforward) dat de leerling steeds beter zicht krijgt op de leerdoelen en waar hij of zij staat ten aanzien van de leerdoelen. Daardoor kan de leerling zelf gaan nadenken over wat hem of haar nog te doen staat. Hiermee werk je stap voor stap aan eigenaarschap bij leerlingen voor hun leerproces.

Jullie doen op school op dit moment al van alles om het onderwijs beter te maken. Op aanpakken en routines die goed werken kun je verder bouwen. 
Bordsessie: welke manieren van overleg werken nu al best aardig?
Gezamenlijk lesontwerp: Hoe werken sommige leraren soms al samen om de lespraktijk beter te maken? 
Lesbezoek: Zijn er al wel eens lesbezoeken of zie je een collega wel eens voor de klas aan het werk? 
Stem van de leerling: Hoe betrekken jullie leerlingen al?

Kijk tijdens een werksessie samen naar een video en bespreek het daarna. Of geef een kijkopdracht vooraf zodat je in de werksessietijd helemaal de focus kan leggen op reflectie en actie.
Het werkt krachtig als verschillende lerarenteams op hun eigen manier en met hun eigen doelen en acties aan hetzelfde schoolbrede thema werken. Zo worden op verschillende manieren successen behaald op dit thema en wordt de impact voor de leerling snel merkbaar. Daarbij kan het voor consistentie naar leerlingen belangrijk zijn dat teams van elkaar weten wat ze doen. Bovendien hebben teams behoefte om van elkaar te leren. Een verbindingssessie waarbij de verschillende teams hun doelen en successen delen is hier heel geschikt voor.
Wanneer jullie een goede ritmiek hebben gevonden waarin je gezamenlijk lesontwerp vormgeeft en/of er duidelijk behoefte is aan meer verdieping of samenhang met de instrumenten Lesbezoek en De stem van de leerling.

Dat kan van alles zijn, maar wellicht is de belangrijkste valkuil dat je het gevoel hebt dat jij als schoolcoach of schoolleider alles goed moet doen en ook alles moet weten en overal een antwoord op moet hebben. Zo’n hoge lat staat haaks op het motto ‘Elke dag SAMEN een beetje beter”. De beste manier om niet in die valkuil te trappen is door het stellen van krachtige vragen: JIJ hoeft iets niet op te lossen, maar WIJ bedenken daar SAMEN iets op en dat wordt onze actie.

Tijdens een studiedag, tijdens de lunchpauze (een Show & Tell of Zeepkist moment organiseren) of na schooltijd. Een verbindingssessie hoeft niet lang te duren. Als hij maar regelmatig in het jaarrooster staat ingepland.
Je kunt denken aan groepen op basis van verschillen in niveaus, gedrag, houding, motivatie.

Wanneer je samen met een collega nadenkt over jouw les, ga je automatisch kritischer naar je les kijken én denkt je collega ook mee over de impact van jouw les op de leerlingen. Dit maakt dat je twee keer zo bewust bezig bent met hoe de les aansluit bij wat de leerlingen nodig hebben.

Dat hangt ervan af wat jouw rol is. Zit je zelf ook in het team en gaat het dus over jouw leerlingen? Spreek dan met het team af hoe jullie daarmee omgaan. Je hoofddoel is het proces te begeleiden, maar je kunt bijvoorbeeld wel afspreken dat wanneer je echt inhoudelijk iets wilt bijdragen, je even de pet van leraar opzet en dat ook duidelijk maakt.
In het LK-team kun je oefenen met jouw onderdeel door bijvoorbeeld de instructie of uitleg te doen en daar feedback op vragen van de andere schoolcoaches. Misschien helpt het je om in kernwoorden op een kaartje of in een powerpoint aan te geven wat de stappen in je instructie zijn. Of ben jij iemand bij wie het werkt om uit te schrijven wat je te zeggen hebt? Kortom: onderzoek bij jezelf wat je nodig hebt om er te staan en betrek daar vooral ook je collega’s uit het leerKRACHT-team bij.

Een lesbezoek duurt 10 à 15 minuten. Voor VO en beroepsgerichte opleidingen zullen deze tijdens een tussenuur kunnen plaatsvinden. Voor PO: Hebben jullie één of meerdere vakdocenten op school? Dan zou je tijdens die les een lesbezoek kunnen inplannen. Andere voorbeelden zijn: vraag een stagiaire of onderwijs assistente, vraag een collega om tijdens het buiten spelen even voor je waar te nemen (meestal zijn er op dat moment verschillende collega’s met hun

groep buiten), bespreek als team met de schoolleider of Intern Begeleider of en wanneer ze een groep even willen overnemen of film een deel van je les via de iPad o.i.d. Bedenk met je team of er nog andere oplossingen voorhanden zijn.

ZEt hier het antwoord in!

Stel het team heeft als doel ‘leerlingen in groep/klas x zijn in staat om binnen 5 minuten leeractiviteiten te kiezen waarmee ze hun leerdoel willen behalen’. Vervolgens kun je samen nadenken (=gezamenlijk lesontwerp) over wat leerlingen van jou als leraar nodig hebben in die les om hieraan te voldoen.

Bij dit verbeteridee mis je informatie om het idee goed te kunnen schalen. Want: wat willen jullie gaan doen met de notebook? De aanschaf alleen zal niet zorgen voor beter onderwijs. En of het haalbaar is, hangt van verschillende factoren af. Kortom: bij veel verbeterideeën zul je elkaar moeten bevragen op wat het beoogde doel ermee is. Vervolgens kun je bepalen of het idee impact heeft op leerlingen (=beter onderwijs) en of het haalbaar is.
Vragen aan leraren om een week lang bij te houden wat ze als verspilling ervaren (bv door bij te houden in de ‘verspillingsdriehoek’ waar ze op moeten wachten, wat ze dubbel moeten doen en wat onduidelijk is) kan voor bewustzijn zorgen én een goede opstap zijn naar de workshop over tijd vrij maken
In deze fase van het proces aan nog niet zoveel. Voorkom dat men te veel tijd en energie steekt in het formuleren van een goed doel. Bedenk in korte tijd een doel met elkaar en ga hiermee aan de slag. De verfijning van het doel komt nog wel. Hoe we dat doen wordt hier op een later moment uitgelegd.
Je jaarbord geeft aan aan welke thema’s jullie in ieder geval willen werken om je ambitie te verwezenlijken. Maar natuurlijk doen zich soms onverwachte zaken voor die ook opgepakt moeten worden. Bijvoorbeeld een plotselinge daling van de reken/wiskunde resultaten of onveilige situaties in de pauzes. Vaak wordt er dan naast het doel dat binnen het thema van het jaarbord valt, nog een doel geformuleerd waaraan ook gewerkt wordt. De leraren kunnen ofwel allemaal aan beide doelen werken, of ze verdelen zich over de doelen, afhankelijk van wat nodig en effectief is.

ZEt hier het antwoord in!

Positief aan dit doel is dat het gaat over wat je bij leerlingen wilt bereiken en dat het is afgebakend in de tijd. Wat scherper kan, is dat je duidelijk maakt wat die actieve werkhouding dan is. Wat zien of horen jullie leerlingen dan doen? En om welke leerlingen gaat het precies?
Het is logisch dat er op die momenten geen werksessies gepland worden, maar de wekelijkse bordsessie van een kwartier blijven wél doorgaan. Dit is van belang om vaart te houden in de acties die uiteindelijk tot een succesbeleving leiden.
Breng dát voorbeeld als eerste in de praktijk. Bedenk hoe je de andere voorbeelden kunt oppakken en wanneer je dat gaat doen. Zet die tijdlijn in je agenda om te voorkomen dat je op ‘safe’ blijft spelen.
Als er ‘team’ staat, voelt niemand zich echt aangesproken. Als je namen (of afkortingen) erbij zet, dan kan iemand die de actie heeft uitgevoerd dat op het bord aangeven/afvinken. Dat werkt motiverend naar je zelf en het team toe.

Als je wekelijks samenkomt ben je kwetsbaar voor verstoringen in jullie ritmiek. Voor je het weet moet er een belangrijke vergadering plaatsvinden of is er behoefte in een andere teamsamenstelling bijeen te komen tijdens de leerKRACHT-tijd. Je kunt dit op twee manieren voorkomen. De eerste is in een periode elke wekelijkse bijeenkomst van tevoren een doel mee te geven. Bijvoorbeeld ‘doelen stellen’, ‘gezamenlijk lesontwerp’ of ‘retrospective’. Dat maakt het lastiger zo’n bijeenkomst weg te drukken. De tweede manier is van te voren al ruimte in te bouwen. Bijvoorbeeld 1x per maand alleen de bordsessie te houden en de rest van de teamtijd te reserveren voor een ander overleg.

Als er op het verbeterbord veel organisatorische zaken in plaats van onderwijs inhoudelijke doelen staan. Of als blijkt dat het team niet toe komt aan onderwijs inhoudelijke doelen, doordat organisatorische zaken veel tijd vragen. Tenslotte kun je het organisatorisch bord inzetten als er geen zicht is wat het team ‘allemaal moet doen’. Het organisatorisch bord geeft rust door inzicht in alle acties en vervolgens geeft het bord de mogelijkheid om de juiste keuzes te maken.

In je klas. Oefen het met je leerlingen. Of met een voor jou vertrouwde collega. Maar ook hier geldt weer: het mooiste is om dit te oefenen met je team. Vraag een collega om op het gebied van Proces of Sfeer of Resultaat op te letten wat er gebeurt tijdens de sessie en om dit terug te geven aan het team. Inclusief een krachtige vraag (zie video – stap 3 en 4 bij Hoe).

Toon een filmpje en laat hen dan in groepjes nadenken over wat het hen kan opleveren? Laat ze op internet zoeken naar voorbeelden of filmpjes van andere scholen. Maar het beste is, oefen met een eenvoudige vorm van het bord (bijvoorbeeld alleen check-in en successen) en vraag hen ‘hoe helpt dit ons?’
Denk bijvoorbeeld aan de goede voornemens die je met nieuwjaar hebt gemaakt. Misschien wilde je gezonder eten, meer bewegen, stoppen met roken, betere werk-privé balans? Loop in gedachten eens door de kwadranten om het model tot leven te brengen. Als je bijvoorbeeld meer wil gaan bewegen zou het model er als volgt kunnen uitzien. Overtuiging: Als ik meer beweeg, krijg ik een betere conditie, verlies ik overgewicht, en krijg ik meer energie. Die kan ik gebruiken om dingen te doen die ik leuk en belangrijk vind. Rolmodel: Enkele van mijn vrienden bewegen al veel meer dan ik en ik zie bij hen dat het ze energie geeft en dat het hen lukt om het vol te houden. Dan lukt het mij vast ook. Ondersteunende systemen en processen: In de wijk is een hardloopgroepje gestart. Het zou me helpen als ik me bij zoiets aansluit, want dan houd ik het gemakkelijker vol. Vaardigheden: Ik ga vaste momenten in mijn agenda zetten zodat ik een routine kan opbouwen en de tijd goed kan vasthouden.
Succesvol veranderen is alleen mogelijk als alle vier de kwadranten uit het Verandermodel op orde zijn. Als een verandering vertraagt of stokt is het vaak op het eerste gezicht niet duidelijk wat er speelt. Het verandermodel maakt inzichtelijk dat er in één of meer kwadranten iets ontbreekt.

Ten eerste is het natuurlijk belangrijk om er te zijn. Zet de data daarom meteen in je agenda zodat er niets tussen komt. Bereid je voor met je leerKRACHT-team door gericht na te denken over wat jij en je school nu nodig hebben. Focus tijdens het forum op je eigen behoeftes en neem zelf ook verantwoordelijkheid om deze behoeftes te vervullen. Zorg na de fora voor een goede opvolging met het leerKRACHT-team, zodat je concreet wat gaat doen met hetgeen je hebt geleerd.

Probeer zicht te houden op waar het team staat. Herken je één van de situaties die geschetst worden in het filmpje? Dan kun je zo’n methodiek aanreiken. Het hoeft ook niet zo te zijn dat alle teamleden met zo’n methodiek aan de slag gaan. Misschien zijn er een paar enthousiastelingen die zich erin gaan verdiepen en vervolgens hun ervaringen delen met het hele team.

Het is belangrijk dat doelen voor alle leerlingen als een uitdaging voelen. Maak daarvoor gebruik van data: waar is deze groep goed in, wat voor de meeste nog een aandachtspunt. Schrijf extra doelen op voor leerlingen die al aan het beschreven doel voldoen. Bepaal die extra doelen weer samen met de hele groep (en niet alleen met de leerlingen in kwestie). Dit bevordert het groepsgevoel.
Print de route naar resultaat uit en kijk eens goed naar de beschrijvingen. Waar krijg je meteen zin in? Misschien zie je er naar uit om effectiever samen te werken door middel van bord- en werksessie in plaats van vergaderingen. Of verwacht je veel van het betrekken van leerlingen bij het verbeteren van je onderwijs. Kijk ook eens waar het wellicht spannend zou kunnen worden. Misschien zijn jullie nog niet erg gewend aan het geven van feedback aan elkaar of vind je het ook best spannend om door je collega’s uitgedaagd te worden. Bedenk dat het veranderproces is, stap voor stap, waarbij jullie leren door te ervaren. En dus met vallen en opstaan.
Print het leerKRACHT-boek in een handig A5-formaat en doe er een ringbandje door. Zo is het gemakkelijk mee te nemen en heeft iedereen het bij de hand tijdens teamsessies. Ieder kan er eigen aantekeningen en notities in maken.

Stel open vragen (Hoe/ Wat/ Wanneer/ Waarom/ Wie/ Wat) – zie ook de video over ‘krachtige vragen’ in deze module. Bedenk bij de voorbereiding met het leerKRACHT-team van de sessie al een paar situaties die je kunt verwachten en wat je dan zou kunnen vragen aan het team.

Veel scholen hebben nagedacht over de opbouw van een goede les volgens een bepaald model. Denk aan het Directe Instructie Model, Expliciete Directie Instructie of Interactief Gedifferentieerd Directie Instructie. Laat het team vooral ook nadenken hoe dit soort modellen ingezet kunnen worden bij gezamenlijk lesontwerp en of de bouwstenen wel of niet helpend zijn daarbij.

Laat ze bij de check-in zelf turven waar ze staan. Vraag hen bij de successen eerst in duo’s of groepjes een succes met elkaar delen en haal deze dan op. Gebruik voor het bedenken van doelen of bijbehorende acties een werkvorm zoals een ‘placemat’ om in groepjes van vier eerst individueel na te laten denken, deze ideeën onderling te delen en dan als groepje één idee met de klas te delen
LeerKRACHT geeft scholen houvast. De instrumenten zijn overzichtelijk, eenvoudig te begrijpen en sluiten aan bij de onderwijspraktijk. De structuur en ritmiek helpen om deze instrumenten structureel en in samenhang met elkaar echt te gaan inzetten om als team het onderwijs te verbeteren en deze verbeteringen duurzaam vast te houden. De ondersteuning maakt de opstart gemakkelijker en helpt je om het vol te houden, ook als het af en toe even moeilijk is.
Ook hier kun je steun hebben aan je collega’s binnen het leerKRACHT team waarmee je de sessies voorbereid. En soms zijn er collega’s in je team die hier minder of zelfs geen moeite mee hebben. Vraag hem of haar om die rol een eerste keer op zich te nemen. Het is dan wel van belang dat je van tevoren met die persoon bespreekt op welke manier er feedback gegeven wordt. Bekijk bijvoorbeeld samen bovenstaand filmpje. Je kunt ook de schoolleider vragen (of de expertcoach). Maar misschien heb je zoveel lef in je dat je tijdens de sessie aangeeft dat je dit moeilijk vindt maar dat je het tóch oppakt en waarom dat je dat doet.
Bedenk voor jezelf (bijvoorbeeld door een persoonlijke van-naar) waar jij dingen te doen hebt om in een verbetercultuur effectief te functioneren. Welke ondersteuning van je Expertcoach is hierbij voor jou essentieel? Deel dit met je Expertcoach en maak afspraken over hoe je deze ontwikkeling samen opvolgt.

Er is geen goed of fout. Vaak starten teams met lesontwerp aan de hand van een eigen hulpvraag of zelfs zonder hulpvraag. Gewoon eens uitproberen wat het oplevert als je samen nadenkt over een les. Het belangrijkste is dat je als schoolcoach monitort (in gesprek met het team) of gezamenlijk lesontwerp voldoende opbrengt. Als het geen energie meer geeft of niet voldoende oplevert, dan is het goed om te bespreken wat de volgende stap is.

Er zijn allerlei manieren. Neem ze mee naar de lerarenkamer om te laten zien wat jullie zelf doen als leraren. Of ga het gewoon doen. Laat de leerlingen ervaren dat het leuk en nuttig is om met elkaar te delen hoe het gaat en welke successen ze geboekt hebben. Of, nog anders, pak een situatie in de klas die de leerlingen onprettig vinden en bedenk met hen ‘hoe zouden we het willen hebben en wat gaan wij daaraan doen?’, zet dat op een flap en je bent gestart. Kortom: doe wat bij jullie past.

Zichtbaarheid in je agenda zou kunnen helpen. Blok elk van die activiteiten in je agenda , liefst in een ritmiek van elke week op een vast tijdstip een kwartier.

Het hangt af van het doel, maar zorg ervoor dat een doel binnen 4 tot 6 weken behaald kan worden. Als dat niet lijkt te kunnen, dan is het goed om het doel op te splitsen in meerdere doelen.